Wat de boer niet gedaan heeft, moet hem ook niet aangerekend worden. Dat vindt SGP Overijssel. Statenlid Lubbert Talen vermoedt dat dat wel gebeurt, bij het beoordelen van de waterkwaliteit. Hij zit hier op dezelfde lijn met de vragen die SGP-Kamerlid André Flach deze maand indiende.
Door provincies en waterschappen wordt er verschillend omgegaan met stoffen die vanuit de natuur in het water voorkomen of stoffen die daar door de landbouw in terechtgekomen zijn. “Wij willen weten of Overijssel daarin streng of juist wat gematigder is”, legt Talen uit. “Dat maakt nogal verschil voor de normen die aan het water gesteld worden. Soms zijn die daardoor strenger dan nodig.”
Hij is dus bezorgd dat er in de natuur stikstof, fosfaat en ammonium ontstaat, en dat dat vervolgens wordt toegeschreven aan landbouwactiviteiten. “Uit de peilingen die gedaan worden, is de herkomst van die stoffen mogelijk af te leiden”, zegt hij. “En als je weet waar het vandaan komt, kun je er ook een goede manier mee omgaan. Daarom zijn we benieuwd of de provincie dat onderscheid ook maakt.”In de commissievergadering van afgelopen week uitte hij daarover zijn zorgen. “Het is mooi dat de gedeputeerde heeft toegezegd zich hierin samen met minister en de waterschappen hierin te verdiepen. Ik heb er diverse vragen over gesteld en de gedeputeerde gaat nu aan de slag om die te beantwoorden.”
Dat moet in Overijssel niet gebeuren, als het aan de SGP ligt. “Daarom vragen wij of de provincie met het beoordelen van onze wateren overal de juiste bronnensystematiek heeft toegepast. Dat maakt uiteindelijk ook verschil voor de eisen die aan boeren gesteld worden qua bemesting. Meten is weten, dat is hier zeker het geval.”
Nature Today legt uit dat herstelmaatregelen soms een tegengesteld effect hebben: https://www.naturetoday.com/nl/nl/nature-reports/message/?msg=34713




